Informatie voor artsen

overhevelen 3

'Overheveling van TNF-alfaremmers’. Dat is de naam, die de maatregel van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), heeft gekregen en die sinds 1 januari 2012 van kracht is. Vanaf augustus 2010 is er al veel en intensief over gesproken door medisch specialisten en andere voorschrijvers. Welke praktische gevolgen heeft het besluit van de minister voor de patiënt? Wat zijn de consequenties ervan voor mij als arts? Levert de maatregel eigenlijk wel een besparing op?

Hieronder volgt een korte uitleg en een serie veelgestelde vragen over dit onderwerp. De informatie op deze website zal regelmatig worden geactualiseerd, zodat u op de hoogte blijft van de laatste ontwikkelingen. Wilt u actuele informatie per e-mail ontvangen? Hiervoor kunt u zich aanmelden via
info@monitorgeneesmiddelen.nl

Meldpunt stichting EGV

Voor dringende vragen of voor het melden van problemen kunt u contact opnemen met uw beroepsvereniging of de Helpdesk van de Stichting Eerlijke Geneesmiddelenvoorziening. Hierbij wordt u in alle vertrouwelijkheid te woord gestaan door juridisch medewerkers die een geheimhoudingsplicht hebben. Verder kunt u gebruikmaken van het anonieme meldpunt op de
website van de Stichting Eerlijke Geneesmiddelenvoorziening.

Veelgestelde vragen 

Inkoop, financiering en vergoeding

Komen de overgehevelde dure geneesmiddelen op de Lijst Dure Geneesmiddelen en is daar dan weer de 80/20-regel op van toepassing?
Nee, de Lijst Dure Geneesmiddelen is per 1 januari 2012 opgeheven. De over te hevelen middelen krijgen voor elke indicatie waarvoor zij in 2011 in het Geneesmiddelenvergoedingssysteem werden vergoed een ‘add-on’ op de betreffende DBC zorgproducten. Voor de ‘add-on’s’ zijn de maximumtarieven voor 2012 gelijk aan de apothekersinkoopprijzen van april 2011.

Komen de kosten voor de dure geneesmiddelen nu ten laste van het ziekenhuis-/afdelingsbudget?
Het ziekenhuisbudget als functioneel budget is per 1 januari 2012 afgeschaft. Wèl is het mogelijk dat er aanneemsommen overeengekomen worden tussen zorgverzekeraars en ziekenhuizen. De Nederlandse Vereniging voor Ziekenhuisapothekers gaat ervan uit dat de overgehevelde geneesmiddelen voor 100% worden gefinancierd door de zorgverzekeraar. Totdat de contracten tussen zorgverzekeraars en ziekenhuizen inhoudelijk bekend zijn, kan dit echter niet met zekerheid gezegd worden en kunnen er op lokaal niveau ook nog verschillen ontstaan.
 
Zal de overheveling tot een besparing op de kosten van de dure geneesmiddelen leiden?
Ja, de verwachting is dat de inkoopprijzen van de middelen omlaag kunnen. In het oude systeem (extramurale financiering) werd door de zorgverzekeraars de volledige apotheek-inkoopprijs (AIP) vergoed. De verwachting is dat als ziekenhuisapothekers de geneesmiddelen gaan inkopen, zij kortingen bij de fabrikanten kunnen bedingen. Het is uitdrukkelijk de bedoeling dat er op prijs en niet op volume bespaard gaat worden: ‘Patiënten mogen geen hinder ondervinden’, aldus de minister van VWS.
 
Komen er sinds 1 januari 2012 minder patiënten in aanmerking voor de dure geneesmiddelen?
Nee. Als patiënten volgens de richtlijnen van de beroepsgroep in aanmerking komen voor een geneesmiddel of er om medische redenen redelijkerwijs op zijn aangewezen, dan is er ‘aanspraak’. Met andere woorden: dan heeft de patiënt recht op het geneesmiddel en is de behandeling juridisch afdwingbaar.
 
Als de ziekenhuisapotheker een bepaald geneesmiddel goedkoper heeft kunnen inkopen dan de andere geneesmiddelen, moet ik mijn patiënten dat goedkopere geneesmiddel dan voorschrijven?
Nee. Zoals bijvoorbeeld in de richtlijnen van de NVR (2011) staat, is er geen wetenschappelijke onderbouwing op grond waarvan het gerechtvaardigd is een patiënt, die effectiviteit en veiligheid ervaart van een bepaald geneesmiddel, een ander, goedkoper middel voor te schrijven.
 
Moet ik mijn patiënten die voor het eerst met een anti-TNF-behandeling gaan starten, het goedkoopst ingekochte geneesmiddel voorschrijven?
De behandelend arts moet het voor de individuele patiënt meest geschikte geneesmiddel voorschrijven. Zoals de minister schreef: ‘Goedkoop waar het kan en duur waar het moet’. De richtlijnen van de beroepsgroep en uw eigen medische beoordeling zijn allereerst richtinggevend bij uw keuze.
 
Als een patiënt in 2011 niet in aanmerking kwam voor vergoeding van een geneesmiddel via het Geneesmiddelenvergoedingssysteem (omdat er bijvoorbeeld sprake was van een zeldzame aandoening) maar wel een machtiging van zijn zorgverzekeraar heeft gekregen, kan die patiënt dan in 2012 nog wel doorbehandeld worden?
De patiënt blijft het recht hebben op de behandeling. De behandeling is juridisch afdwingbaar. 
 
Verstrekking
 
Kunnen patiënten die in een zelfstandig behandelcentrum (ZBC) worden behandeld nog worden doorbehandeld in 2012?
Ja, maar dit is wel afhankelijk van de afspraken die de zorgverzekeraar met het ZBC heeft gemaakt. Ga na met welke zorgverzekeraars uw ZBC een contract heeft gesloten.
 
Moeten patiënten in 2012 hun medicatie in het ziekenhuis ophalen?
Het ziekenhuis sinds 1 januari 2012 verantwoordelijk geworden voor de distributie van de geneesmiddelen. Deze kan op verschillende manieren plaatsvinden. De mate waarin patiënten service wordt geboden, is afhankelijk van het ziekenhuis.
Fabrikanten kunnen de ziekenhuizen aanbieden om de aflevering te laten verzorgen. Zorgapotheken kunnen direct contracten met de ziekenhuizen afsluiten voor de thuisleveringen. Het ziekenhuis kan ook besluiten om de leveringen in eigen hand te houden.
 
Welke instantie gaat services als de prikinstructie nu verzorgen?
De prikinstructie is de verantwoordelijkheid van het ziekenhuis. Deze kan het ziekenhuis zelf organiseren of uitbesteden aan externe partijen.
 
Kunnen de patiënten die in 2011 thuis door een verpleegkundige hun medicatie toegediend kregen, dit ook in 2012 verwachten?
De minister heeft laten weten dat deze situatie vanaf 1 januari 2012 ongewijzigd blijft. Wel verandert de organisatie ervan. Het ziekenhuis wordt verantwoordelijk voor de toediening in de thuissituatie bij patiënten die dat nodig hebben.
 
Waar kan ik terecht met vragen?
In eerste instantie bij het ziekenhuis dat eindverantwoordelijk wordt voor de overgehevelde geneesmiddelen. U kunt ook uw beroepsvereniging(en) raadplegen en de Helpdesk van de Stichting Eerlijke Geneesmiddelenvoorziening benaderen. TNF-α-remmers staat voor een groep geneesmiddelen die de werking van TNF-α (tumornecrosefactor) remmen of zelfs blokkeren. Deze geneesmiddelen werden bij de introductie eind jaren '90 vooral gebruikt bij de behandeling van enkele soorten reuma, tegenwoordig is het indicatiegebied uitgebreid naar onder meer de ziekte van Crohn, psoriasis en colitis ulcerosa.


 Achtergrondinformatie

Overheveling
De maatregel van de minister van VWS bestaat uit een belangrijke wijziging in de financiering van bepaalde categorieën – extramuraal gebruikte – TNF-alfaremmers. Tot 1 januari 2012 kwamen deze geneesmiddelen nog via het Geneesmiddelenvergoedingssysteem rechtstreeks ten laste van de zorgverzekeraar. Vanaf 1 januari 2012 worden deze middelen via het ziekenhuis geleverd en gefinancierd. De maatregel betreft TNF-alfaremmers, maar ook de geneesmiddelen Kineret®, Stelara® en Orencia®.

Combinatie met andere maatregelen
Met ingang van 1 januari 2012 veranderde veel tegelijkertijd. Er moet rekening worden gehouden met:
- de invoering van prestatiebekostiging (met 70% vrij onderhandelbare tarieven voor prestaties);
- de invoering van DOT-financiering
- de invoering van ' add-on financiering'  van TNF-alfaremmers en de middelen die in 2011 op de Lijst Dure
  Geneesmiddelen staan;
- de invoering van het beheersmodel voor medisch specialisten.

Het is zelfs nu nog onduidelijk hoe de inkoop van TNF-alfaremmers (en de andere hiervoor genoemde geneesmiddelen) precies vorm heeft gekregen, vaak is nog sprake van tussentijdse oplossingen. Ook is niet precies bekend hoe de contracten tussen zorgverzekeraars en ziekenhuizen voor deze geneesmiddelen eruit zien. Pas in de verdere loop van 2012 zullen we hier meer helderheid over krijgen. De informatie op deze website zal regelmatig worden geactualiseerd, zodat u op de hoogte blijft van de laatste ontwikkelingen. Wilt u actuele informatie per e-mail ontvangen? Hiervoor kunt u zich aanmelden via
info@monitorgeneesmiddelen.nl.

Medische en juridische verantwoordelijkheid medisch specialist blijft ongewijzigd
Van belang blijft wel dat al deze maatregelen feitelijk geen verandering zijn gebracht in de (juridische) behandelrelatie die een medisch specialist gewend is met een patiënt te hebben. Welke behandeling voor een patiënt wordt ingezet, kan en mag door de wijzigingen dus niet worden beïnvloed. De medisch-inhoudelijke beoordeling van de medisch specialist blijft daarvoor maatgevend. Dit houdt in dat een medisch specialist (ongeacht de afspraken tussen ziekenhuis en zorgverzekeraar):
- zich aan de geldende richtlijnen en protocollen houdt, en ook
- datgene doet wat een redelijk bekwaam arts in een vergelijkbare situatie redelijkerwijs voor deze patiënt zou doen.

Als de richtlijn niet langer tot verantwoorde zorg leidt (bijvoorbeeld omdat deze verouderd is), dan dient de arts in ieder individueel geval te toetsen of een redelijk bekwaam arts de patiënt wel volgens de richtlijn zou behandelen of dat deze (op grond van de stand van de wetenschap en de praktijk) tot een andere behandeling zou besluiten.
 
Financiele beperkingen in het ziekenhuis?
In beginsel is iedere behandelende arts via de toelatings- of arbeidsovereenkomst gehouden aan het financieel-organisatorisch kader van het ziekenhuis. Tegelijkertijd is de arts verantwoordelijk voor het medisch inhoudelijk beleid van het ziekenhuis. Dit betekent niet dat een medisch specialist – tegen zijn of haar zin – door de zorgverzekeraar of de Raad van Bestuur verplicht kan worden een bepaald geneesmiddel wel of niet voor te schrijven. Een arts is immers altijd gehouden de verplichtingen uit de Wet op de Geneeskundige Behandel Overeenkomst na te leven, ongeacht de financiële consequenties daarvan voor het ziekenhuis. Deze verplichte naleving is vastgelegd in de standaardovereenkomsten tussen medisch specialist en ziekenhuis. Van belang is wel om van tevoren over dergelijke situaties met het ziekenhuismanagement te overleggen. In dit overleg moet helder worden welke bijdrage van de medisch specialist èn welke bijdrage van het ziekenhuis nodig is in een specifieke situatie. Tijdige en correcte communicatie hierover doet wonderen.

Voorlichtingsdagen
Onderwerpen als deze zijn in de praktijk niet altijd eenvoudig in te vullen. Daarom worden er enkele informatiebijeenkomsten georganiseerd. Raadpleeg de agenda op deze website voor de data.